Mijn eerste individuele trainingssessie

Plots schieten de tranen in mijn ogen terwijl ik aan het squatten ben. Echt een geweldig gevoel om in een gymzaal met andere mensen ineens met tranen in je ogen te staan en je snotterende neus op te halen. Ik word emotioneel, plotseling komt het opzetten. Dat gebeurt me wel eens. Maar nu is het even een korte ontlading van emoties bij de gedachte dat ik aan het revalideren ben in combinatie met andere gedachten van verlies en vreugde van de afgelopen maanden en dagen. Vandaag is de eerste keer dat ik onder individuele begeleiding van een therapeut aan het oefenen ben. Het geeft me een gevoel dat ik nu echt iets aan het doen ben om nog beter te herstellen. Ik moet even stoppen met de oefening. Ik snik even en veeg mijn tranen weg en maak de set van 15 verder af. Gelukkig blijf ik niet lang in de bui van tranen hangen. Ook de therapeut praat even met me en zegt dat deze emoties bij het herstel en verwerking horen. De therapeut is een jonge vrouw en na kort eerste gesprek liepen we de oefenruimte al in. Een van haar specialismen is het begeleiden van hartpatiënten. De uitslag van de eerdere fietstest en de zones van hartfrequenties die ik aankan zijn het uitgangspunt voor het programma wat we vandaag gaan maken. Eerst een warming up op de hometrainer en dan verder met de legpress. Het programma wordt er een met trainingen die ik thuis kan doen. Deze zijn gericht op mijn conditie. Ook zal ik krachttraining gaan krijgen. De beenspieren worden dan met name getraind, omdat onderzoek laat zien dat dit een goede invloed heeft op de hartwerking. De krachttrainingen zullen steeds in het Sport Medische Centrum zijn. Zij blijft me begeleiden en we zullen steeds de week evalueren. Eindelijk de individuele begeleiding waar ik zo naar op zoek was. Thuis ga ik nu tweemaal per week een uurtje trainen. De training bestaat dan uit wandelen, fietsen of kick biken, waarbij ik een hartfrequentie tussen de 95 en 120 moet aanhouden. Dit lijkt niet hoog, vooral niet als ik terug denk aan de rondjes hartlopen met een hartslag van tegen de 160. Maar goed, de betablokker remt ook het een en ander. Thuis liep ik de afgelopen weken al enkele rondes per dag van 20 minuten. Maar het is beter om eenmaal een uur mezelf in te spannen dan steeds weer korte momenten van inspanning. En de volgende dag moet dan ook echt een rustdag zijn. Volgens de therapeut komt juist deze manier van trainen mijn herstel ten goede. Dan ga ik daar voor, want herstellen dat wil ik. Een uurtje later zijn we klaar. Ook mijn borstspieren en mijn balans hebben de nodige aandacht gehad. Gelukkig is mijn enkel weer hersteld. Tussen de bedrijven door zie ik ook de sportarts nog. Zij vraagt belangstellend hoe het met me gaat op dit moment. Ik vertel haar van de verstuikte enkel en het herstel hiervan. Dan vertel ik ook over het verlies van onze nieuwe hond. En meteen ook maar dat ik afgelopen maandag nog op de eerste harthulp heb gelegen omdat ik weer klachten vanuit mijn schouders had. ‘Trots’ toon ik mijn nieuwe blauwe plekken op mijn arm van de infuusnaaldjes. Raar eigenlijk wat een mens deelt met iemand die hij of zij niet goed kent, maar toch een klik mee voelt. Gelukkig waren alle onderzoeken bij de eerste harthulp goed. Even werd nog gedacht aan een longembolie, maar een CT-scan van de longen met contrastvloeistof liet geen afwijkingen zien. Geschrokken maar gerustgesteld zijn we toen weer naar huis gegaan. We hopen dat de pech ons even niet meer wil achtervolgen. Ook de sportarts hoopt dat de pech die we hebben gehad nu klaar mag zijn. We spreken elkaar over enkele weken weer. Ik heb bij haar dan een controleafspraak staan. Dan hoop ik haar trots te vertellen over mijn herstel!
Advertisements

Het gemis

Kwispelend en ondeugend kijk je naar de koek in het kleine meisje haar hand. Dat is de eerste keer dat ik je zag. Het was thuis bij je gezin, je roedel. Maar omdat je zo ondeugend was, en speels en baldadig kon je niet bij je roedel blijven. Hoe erg je familie dat ook vond. Zij hebben gezocht naar een nieuw gezin. En wij, wij zochten juist een nieuw gezinslid. Een nieuw lid voor onze roedel. Speels ren je plots naar mijn hand. Nadat je bijna de lekker koek te pakken had en dat een lach op ons gezicht tovert. In mijn hand heb ik wat lekkers in verstopt. Natuurlijk kom je daar als jonge ondernemende hond even op af. We vinden je leuk. We verwelkomen je graag en spreken dan ook af om je op te nemen en je mee te nemen naar je nieuwe woonplek. Je tas wordt gepakt, want alles mag mee. Zelfs je bench gaat mee in de auto. Het past maar net, maar dan moet je wel bij mij op schoot. Wat een spannende onderneming. Eenmaal aangekomen bij je nieuwe burcht krijg je zelfs een nieuwe naam, maar dat vind je niet erg. Je bruist van de energie en met deze energie neem je ons mee op een nieuw avontuur. Een groot avontuur waarbij het ene spannende moment wordt opgevolgd door een nieuw spannend moment of een pauze. Want een pauze nemen en dan lekker slapen doe je graag. Liever niet in de bench, maar wel op het karpet of tegen de koele muur bij de keuken. Je lichaam schokt af en toe. Je droomt van je avonturen en als je weer wakker wordt ben je klaar voor een volgend avontuur. Spelen met de bal, snuffelen naar snoepjes in de ballenbak, lekker kluiven op een buffelhuid, zwemmen in een ven of blaffen naar de golven aan zee. Je geniet. En wij genieten met je mee. We zijn zo blij met je. En jij? Jij lijkt het ook naar je zin te hebben. Ik kijk al uit naar de komende jaren. De cursus die we gepland hebben en je leren naast de fiets te lopen. Maar ook de vakanties, want natuurlijk ga je mee…… Maar dan plots gaat het niet goed. De tijd staat stil. Je bent niet zo levendig als anders. Je hebt last van een darminfectie volgens de dierenarts. Met antibiotica en aangepast voer verlaat je de dierenarts. Hoewel je niet echt honger hebt kijk je nog steeds trouw uit je ogen en drink je voldoende. Maar enkele uren later gebeurt het ergste wat denkbaar is. Je hebt de korte strijd verloren. Je bent er niet meer. Het is stil. Behalve in mijn hoofd en hart. Daar schreeuw ik van de pijn en begrijp ik het niet, WAAROM? Ik mis je. Wij missen je. Rust zacht.

Voldaan!

Daar zit ik dan, op de fiets voor de fietstest. Masker op, bloeddruk meter om, de ECG-kabels zijn aangesloten en de saturatiemeten zit aan mijn vinger. Ik ben er klaar voor, klaar om de longen (of mijn hart) uit mijn lijf te fietsen . De fiets is model hometrainer/racefiets en ik kan je zeggen dat het zadel al meteen erg onprettig zit. Het masker is ook even passen. Ze zijn er in verschillende maten. Ik heb ze allemaal opgehad. Uiteindelijk gaan we voor de kleinste, want met deze maat ontsnapt toch het minste lucht aan de zijkanten. Ik denk dat mijn neus in de weg zit. Ik heb een mooie aanwezige neus (ik zeg het zelf maar) en moet bekennen dat deze wel een beetje in de knel zit in dat kleine masker. Ach ja, het is maar voor even. En ik ben blij dat het al zo snel kan en dat de sportarts ook snel een advies kan geven met de analyse van deze test als uitgangspunt. Ik ben zo ver. Sportarts klaar, laborante klaar? En start! Een langzame warming-up is het eerste deel van de test. Langzaam en zonder weerstand trap ik de pedalen rond. Dat lukt me wel. Langzaam aan voel ik de weerstand zwaarder worden. De trappers moet ik tussen de 70 en 80 rpm houden. Zo probeer ik een ritme te vinden. Voorover gebogen zit ik op de racefiets met mijn flitsende rode sportbroek aan die ik nog ergens achter in de kast heb gevonden. Want hartloopkleding heb ik genoeg, maar een sportbroek? Gelukkig past deze broek weer, ik ben dan ook wat kilo’s lichter geworden. De weerstand wordt weer zwaarder en ik moet zeggen dat ademen via een masker een rare ervaring is. Ik heb even het gevoel dat ik lucht te kort kom, maar dat kan natuurlijk niet. Verstand op nul en door fietsen. En door! Dat is een kreet die nu wel past in deze hele situatie. De sportarts en laborant moedigen me dan ook aan om door te blijven gaan. Ik hijg als een werkpaard en doe mijn best. Even schiet er een gedachten van angst door mijn hoofd. Ik ga tot het uiterste bij deze test, maar kan mijn hart dat wel aan? Ik verzet snel de gedachten en probeer er vol voor te gaan. Vooraf hebben we ook afgesproken dat ik meteen aangeef als ik me oncomfortabel voel of pijn op mijn borst krijg. En die klacht heb ik nu niet. Het is echt zwaar, mijn benen verzuren ik hijg en snak en hap naar adem. Ik kan niet meer en geef het op. De weerstand wordt lager en ik kan uitfietsen. Ik besef dat ik bijna een half uur in totaal heb gefietst en dat ik dit in hoge weerstand toch wel bijna vijftien minuten heb volghouden. Nu ik aan de coolingdown ben begonnen worden onder tussen het masker en ook de bloeddrukband verwijderd. Als ik eindelijk van de fiets af mag zijn ook de saturatiemeter en de ECG-kabels verwijderd. De sportarts neemt meteen de eerste uitslagen met mij door. Ze vindt de uitslag positief. Zo heb ik tijdens het inspannen geen problemen gehad in mijn hartritme en is ook de zuurstofinname en verspreiding vrijwel normaal. Wel verzuur ik snel en loopt mijn hartritme niet gelijk mee met de inspanning die ik lever. Dat laatste is ook te wijten aan de medicatie. Het verzuren van mijn spieren en het punt waarop dit nu gebeurt is te trainen en te verleggen. Dit zal uiteindelijk een positief effect hebben op mijn conditie en de vermoeidheid die ik ervaar. Ik zal de uitslag thuisgestuurd krijgen en kan meteen, nadat ik me heb omgekleed, een afspraak maken bij een therapeut. Over enkele weken kom ik nog een keer bij de sportarts ter evaluatie. In de lege kleedkamer voel ik me uitgeput maar voldaan. Ik heb weer het gevoel vooruit te komen en hierin stappen in te nemen. Maar de voldaanheid komt ook vanuit gevoel ‘Yes, ik heb me even afgemat!’. Ondertussen stuur ik Tom (hij heeft me heen gereden vandaag) een berichtje. Ik had eigenlijk afgesproken om met de bus naar huis te gaan, maar heb er eigenlijk geen fut voor en ik wil ook graag aan hem vertellen hoe het is gegaan.

Bezoek sportarts

 Zoals ik al eerder aangaf wil ik verder vooruit komen. Ik wil hoger eindigen. Hoger dan dat ik nu vind hoe het met me gaat. Met hoger bedoel ik dan vooral een betere conditie en minder last van de vermoeidheid. Omdat de huidige hartrevalidatie niet aansluit bij mijn behoeften ben ik uiteindelijk terecht gekomen bij Sportmedisch Centrum Tilburg. Omdat de cardioloog me niet kon helpen met een verwijzing (volgens de secretaresse verwijst deze niet door naar het SMC en moet ik dat via de huisarts doen) heb ik uiteindelijk de huisarts bereid gevonden om een verwijzing te schrijven. Het gesprek met de sportarts was in de bij T-kwadraat in Stappengoor. Met de E bike op hoog vermogen ben ik er in een kleine 45 minuten. In de wachtruimte kom ik nog even bij. En natuurlijk heb ik ook hier het toilet al van binnen gezien. Heel fijn die plastabletten. De sportarts stelt zich voor en ze blijkt veel ervaring te hebben met hartfalen en herstel. Het gesprek zelf duurt een uur. Er worden veel vragen gesteld en al snel worden ook mogelijkheden besproken die mij verder op de rit kunnen krijgen. Wat een fijn gesprek. Natuurlijk gaat het over de impact van wat me is overkomen, maar het feit dat er over herstel wordt gesproken en hoe dit aangepakt zou kunnen worden (met mijn doelen als uitgangspunt) voelt als een positieve warme gloed. Ik ben na afloop even verbaast dat dit me is niet eerder is aangeboden. En zou me niet verbazen dat er ook een grote groep mensen is, die net als ik, niet in de standaard module ‘bewegen voor hartpatiënten’ van het ziekenhuis past. Ik ben me bewust dat het gesprek invulling geeft aan de hoop die ik nog heb en dat ik daarom nu al positieve energie ervaar dat voortkomt uit dit gesprek. Maar ook al kijk ik later terug naar dit moment en heb ik punt B niet gehaald op mijn grafiek, maar punt C dat iets lager ligt, dan heb ik wel het idee dat ik er alles uit heb gehaald. Daarmee zal ik punt C ook makkelijker kunnen accepteren. En de stappen die nog gaan volgen? Ik krijg eerst een inspanningstest met ademgasanalyse. Omdat de sportarts zeker wil zijn dat ik de test mag ondergaan vraagt ze eerst informatie op bij de cardioloog. Als ik dan de fietstest heb gehad kan zij een plan maken met mij. De inspanningstest is dan het uitgangspunt en laat mijn maximale mogelijkheid zien van inspanning. Bij het lichamelijk onderzoek komen nu geen rare dingen naar voren. Wel merkt ze dat ik geen optimale balans heb. Ze raad aan om op boten voeten en op mijn fivefingershoes te blijven lopen en tijden, bijvoorbeeld het tandenpoetsen, op een been te gaan staan. Nou dat ga ik een proberen. Ik krijg er nu al de slappe lach van. Maar ik heb er zin in. Ik ga revalideren!

Van A naar B

Je kunt je vast wel een grafiek, met een punt A en een punt B er in aangeven, voor de geest halen. Met tussen punt A en B een stijgende strakke lijn die de letters verbindt. Punt A is voor mij het moment van het hartinfarct en punt B ligt ergens anders in mijn grafiek. Alleen weet ik niet precies waar. Ik hoop een eindje verderop en hoop op een grotere hoogte in die grafiek. Ervan uitgaande natuurlijk dat de verticale as verbetering weergeeft (en de horizontale as tijd). Hoewel ik een zeer strakke lijn tussen A en B in gedachten heb weet ik nu al dat de lijn loopt als een slakkenspoor. Langzaam maar soms ook boven de denkbeeldige strakke lijn maar ook er onder. Zo gaat het dus met mij. Soms goede dagen, soms minder goede dagen. Maar wel in een stijgende denkbeeldige lijn. Op de goede dagen heb ik een bepaald ritme. Ik sta dan fit op, verdeel mijn energie en kom de dag door zonder het gevoel te hebben dat ik moe ben. Op minder goede dagen sta ik al moe op en blijf dat gevoel ook bij me houden. Rust en regelmaat helpen me zo de dagen door te komen. Het lijkt wat saai, maar ben er blij mee als het goed gaat. In de middag rust ik nog een klein uurtje. Gewoon om even bij te tanken. En in de avond ga ik rond 22 uur naar bed en lees dan nog wat voordat ik in slaap val.
Actief ben ik op kleine schaal. Ik step op mijn kickbike met enige regelmaat van A naar B. Het zijn steeds stukjes in de wijk. Vooraf denk ik na waar ik naar toe ga en probeer ook in de planning mee te nemen hoe ik me voel. Tijdens een rondje op de step hoor ik wel een stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat ik zo graag weer wil hardlopen. Dat gaf mij altijd een gevoel van vrijheid en ontspanning. Ik probeer het nu met een stepsessie. Het is geen hardlopen, maar ik kan wel lekker een stukje verder dan alleen met wandelen. Ik ben ook al een keer buiten de wijk geweest, langs het kanaal richting Dongen. Daar heb kort even over na moeten denken. Het gevoel van veiligheid speelt hierbij een rol. Want wat als er iets gebeurt in het buitengebied? Wie helpt mij dan? Maar anderzijds wil ik dit gevoel geen kans geven anders kom ik straks nergens meer. Ik ben dus lekker gegaan en heb genoten van de omgeving en even een moment voor mezelf. Dat ga ik zeker vaker doen. Wel ben ik aan het zoeken hoe ik conditioneel nog zou kunnen verbeteren (punt B in mijn denkbeeldige grafiek). Daarbij moet ik eerlijk bekennen dat ik de huidige hartrevalidatie niet optimaal vind. Het sluit niet aan bij mijn individuele behoeften. Met inzet van een neuroloog (Paul, nogmaals dank) ben ik nu een beeld bij het Sportmedisch Centrum Tilburg en heb ik vrijdag a.s. een gesprek met een sportarts. 
Verder heb ik gisteren nog een gesprek gehad met de hartfalen verpleegkundige. Gewoon even een update hoe het met me gaat. In het behandelplan zijn nu geen wijzingen. Ik vind mijn bloeddruk prima, laag maar acceptabel. Ik ben niet meer duizelig en de extreme moeheid is voorbij. En de medicatie die ik heb geven nu weinig bijwerkingen, dat laten we ook zo. In oktober volgt weer echo van het hart en een gesprek met de cardioloog.

Arboarts

Vorige week is het echt een slechte week geweest. Iedere dag had als basisgevoel ‘vermoeidheid’. Al bij het opstaan in de ochtend was ik moe. Niet vooruit te branden. Ook van extra bewegen en conditie opbouwen kwam weinig. Ik werd er chagrijnig van. In eerste instantie dacht ik aan mogelijke bijwerkingen van de medicatie. Maar ik moet toegeven dat ik mentaal misschien ook wel druk ben. Verwerken hoort er ook bij en dat kost energie. Is het dat dan? Is dat de reden dat ik nu plots meer moe ben? De weken daarvoor was ik eigenlijk wel tevreden. Afgelopen zondag zit ik er nog meer doorheen. Ik kwam toch weer op de medicatie en mogelijk bijwerkingen uit. Mn. de Valsartan staat bekend om zijn bijwerking ‘vermoeidheid’. Maandag heb ik contact gezocht, via een secretaresse, met de cardioloog. Ik heb getracht mijn klachten over te brengen. Zij heeft het besproken met de cardioloog en in de middag kreeg ik het bericht dat hij akkoord gaat met het staken van de Valsartan. Nu is het nog geen twee dagen verder en ik voel me echt al beter. Ik voel me fitter. Ik voel me meer in staat mijn oefeningen te doen, bijv. een stuk wandelen of 20 minuten met de kickbike weg. Dat doet me al goed. Ook mentaal. Wat een zoektocht zeg… Grenzen, afstemmen medicatie, herstel, stap vooruit en soms één (of twee) terug.
Vandaag ben ik bij de bedrijfsarts geweest. Hier zag ik tegen op. Bij het ontvangen van de uitnodiging overviel mij meteen het gevoel dat deze het liefste wil dat ik volgende week al terug kom. Maar strikt genomen is het een formaliteit dat voorkomt uit wet- en regelgeving. Ik ga vooruit en mijn werk speelt zeker en rol in de gedachten die ik heb. Want ik heb geen hekel aan werk en werk is voor mij een belangrijk onderdeel in mijn leven. Ik heb veel moeten doen voor deze functie en wat ik tot op heden heb bereikt. De conclusie van het gesprek is dat ik met mijn ‘aandoening’ en werkzaamheden die bij mijn functie horen weer volledig terug moet kunnen komen. Dit betekent dat ik een werkweek van 36 uur moet aan kunnen. Daar gaan we voor. Maar wel met het streven om een goede balans te hebben tussen werk en privé en met de kans deze werkzaamheden ook tot mijn pensioen te kunnen vervullen. Dat is nog eventjes dus. Dat moet een mooi plan worden. Het plan mag van mij uit komen maar gaat natuurlijk in samenspraak met de werkgever/leidinggevende. Ik heb aangegeven dat ik wil streven om in januari 2018 volledig terug te zijn op het werk. Of dat met hetzelfde takenpakket zal zijn ga ik samen met mijn leidinggevende en collega’s uitvogelen. Af en toe een ‘Nee’ hoort er waarschijnlijk ook bij. Ook weer een leermoment. Maar wie weet schept het nieuwe ideeën en kansen. Kansen voor mij persoonlijk, maar mogelijk ook voor mijn collega’s. Of in het werkproces en in producten. 
Omdat het gesprek met de bedrijfsarts in het ETZ Elisabeth plaatsvond ben ik wat eerder gegaan. Tom heeft me gebracht. Door wat eerder te gaan gaf het mij de kans enkele collega’s op te zoeken. Leuk om een deel van hen weer gezien te hebben. Lieve woorden allemaal. Daar ben ik blij mee. Als verrassing lag er ook nog een cadeau voor me klaar, het boek Menselijkheid in de Zorg geschreven door Leo Visser (hij is ook een van de neurologen in het ziekenhuis). Het boek gaat over de relatie tussen arts en patiënt. Leuk, ik ben benieuwd. En nu ik aan twee kanten sta vind ik het fijn hierover nog eens te reflecteren.

Off-day(s)

Sinds gisterenochtend voel ik me minder goed dan de afgelopen dagen. Ik ben meer moe, sneller een duizelig en onstabiel gevoel bij het komen staan. Minder fit en wat kortademig. Ik word hier onzeker van. Gedachten dat er misschien iets anders aan de hand is vullen mijn gedachten. Maar ik heb geen pijn op de borst. Ik zie niet grauw of en heb geen steken in mijn kaak en/of arm. Ik heb wel veel gedaan de afgelopen dagen. Nadat ik bij de cardioloog ben geweest heb ik het idee dat het niet meer stuk kan. Ik mag wat meer drinken en me meer inspannen. Gewoon rustig weer wat opbouwen. Dus op naar de top (van een Drunense duin) zal ik maar zeggen. Naast stukjes actief lopen ben ik begonnen met steppen. Ik heb een Kickbike gekocht. Een ‘grote mensen’ step dus. Toch net weer een andere beweging en je komt wat verder dan te voet. Want na enkele weken rondjes rondom het huis te hebben gelopen wil ik toch wat verder als het kan. Hardlopen is geen optie. Dus vind ik dit een mooi alternatief. Ik heb dan ook al rondes in de wijk gemaakt. Soms even lekker los en vol uit. Maar misschien is het teveel geweest. Drukt mijn lichaam zelf nu op de rem. Wat baal ik hier van! Het voelt niet prettig. Het voelt als een stap terug en het maakt me onzeker. Terwijl het zo goed ging. Vannacht heb ik bijna de klok rond geslapen. Dat is al helemaal niets voor mij. Ik heb wel mijn slaap nodig, maar als ik acht uur heb geslapen kom ik de dag goed door. Nu slaap ik in de nacht meer dan acht uur en rust ik ook nog in de middag. Kan ik daar weer over gaan overdenken. Moet ik dit wel zo blijven doen? Ik heb het idee dat ik meer een middag en avond mens word in plaats van een ochtend mens. Natuurlijk speelt mee dat ik medicijnen heb die vermoeidheid en kortademigheid als bijwerkingen hebben. Mijn hartactiviteit wordt geremd. Dat heeft natuurlijk ook effect op mijn conditie. Ik besluit het maar rustig aan te gaan doen de komende dagen. Probeer weer een positieve mindset te krijgen en ga wel korte wandelingen maken. Maar de Kickbike laat ik maar even voor wat het is. Dat komt wel weer…..