Vreugde en verdriet

Dat emoties zich snel achter elkaar kunnen opvolgen wist ik al. Ook nu is dit weer het geval.
Verdriet omdat Nepos, onze trouwe viervoeter toch plots is overleden. Hij werd zaterdagmiddag weer onwel en trok zich terug achter in de tuin. Hij had net Tom nog in de keuken gezelschap zitten houden bij het de voorbereidingen voor het avondeten en zelfs net nog gespeeld in de tuin met zijn bal. Plotseling was er toch weer iets aan de hand. Het staan en lopen ging moeilijker. Hij zwabberde alle kanten op en zakte door zijn poten. Uiteindelijk vond hij een plek in de huiskamer, half onder de eettafel. Hier ging hij steeds verder achteruit. Een vriendin van ons hebben we gevraagd te komen kijken. Zij werkt bij de dierenarts. Samen besluiten we Nepos te laten inslapen. Een moeilijk besluit. Je blijft je afvragen of hij misschien toch weer opkrabbelt. Omdat de dierenarts nog enkele spoedgevallen op de praktijk heeft moeten we wachten. Maar hij lijdt. Zijn ademhaling wordt zwaarder, kijkt verwilderd. In overleg gaat onze vriendin de spullen halen en dan mag zij het doen in opdracht van de dierenarts. In de tijd dat zij onderweg is gaat Nepos steeds verder achteruit. Hij heeft trekkingen. Plots komt de rust, zijn ademhaling verzwakt en stopt uiteindelijk. Zijn hoofd op mijn knieën, onze handen op zijn borst om hem gerust te stellen. Op dat moment komt de emotie bij ons los. Het verdriet en het gemis dat er meteen op volgt. En alle andere emoties die al aan de oppervlakte aanwezig zijn sinds dat ik thuis ben. 
We zijn nu een aantal dagen verder. Het voelt goed. Ik vind het bijzonder hoe hij is gegaan. Zonder hulp, zonder lang te lijden. Tussen ons in. Het is nu stil in huis. Een kaarsje brand. 
Er zijn voor ons en door ons al diverse kaarsjes aangestoken de afgelopen periode. Kaarsjes voor herstel en een teken dat mensen meeleven in deze periode. Het lijkt erop dat al deze postitieve wensen en energie geholpen hebben. Vandaag ben ik samen met Tom bij de cardioloog geweest. De echo laat een output zien van 41%! EENENVEERTIG! De eerste meting liet een output van 22% zien. Ook nu komen de emoties los. Vreugde met tranen…pfff. Het openmaken van het grote bloedvat heeft geholpen. De pompfunctie van mijn hart is verbeterd. Boven de 35% zelfs! Dat betekent ook dat ik geen ICD nodig heb. Ik ben echt zo bij hiermee….. onbeschrijfelijk blij! Het geeft hoop en meer duidelijkheid.
Advertisements

Start hartrevalidatie

Hier heb ik naar uitgekeken, het starten met het revalidatietraject. De opdracht na ontslag uit het ziekenhuis was ‘rustig aan doen’. In de praktijk betekende dit voor mij kleine stukjes lopen met de hond en maximaal de vaatwasser uitruimen. De laatste weken heb ik dus weinig gedaan, voor mijn normale doen althans. Maar vanaf vandaag gaat daar verandering in komen. Het hart heeft (blijkbaar) voldoende rust gehad en nu kunnen we aan de slag. De therapie vindt plaatst in het ETZ, locatie TweeSteden. In de kelder is een grote gymzaal (nooit geweten moet ik zeggen). Het doet me denken aan de lagere school. Alleen de wandrekken voor apenkooi ontbreken. Langzaam druppelen mederevalidanten binnen. De kleedkamer is klein, maar ik kan er mijn telefoon en schoenen kwijt in een afsluitbare locker. In de oefenruimte word ik ontvangen door een van de fysiotherapeuten die de groep gaat begeleiden.
We zijn met een groep van ongeveer 10 man, met allemaal een vorm van hartklachten. Sommige met een hartinfarct, anderen met een nieuwe hartklep of openhartoperatie. Ik ben denk ik een van de jongste van de groep. De sessie voor vandaag staat mn. in het licht van voorstellen, persoonlijke doelstellingen benoemen en het leren luisteren naar je eigen lichaam. Je eigen grens dus voelen en aangeven. Ik herken dit advies. Ik geeft het zelf zo vaak aan mensen die getroffen zijn door een herseninfarct of – bloeding.
Onder begeleiden starten we met intervaloefeningen. Steeds vanuit een rustige looppas opbouwen tot de maximale belasting die je denkt aan te kunnen. Zonder dan te moe te worden, buiten adem te raken of klachten te krijgen van het hart (pijn op de borst). Daar ga ik dan, ronde 1. Dat kan ik wel aan. In een steeds sneller tempo de andere kant van de zaal bereiken en dan in rustig tempo terug. De volgende oefening volgt. In eigen tempo in interval lopen. De hele zaal rond. Eerst in 30 seconde, dan 60 en dan 90 seconde. Steeds in tempo opbouwend. Met ook een pauze van 30 seconde waarbij we moeten luisteren naar ons lichaam. Hoe voel je jezelf bij deze inspanning en kun je de volgende ronde weer mee of moet je jezelf aanpassen? Sommige van mijn ‘collegae’ zijn al aan het joggen. 
‘Chips!’, ik moet zelfs een stap terug doen. Ik hou het niet vol. Ik heb het idee dat ik niet genoeg lucht binnen krijg. Mentaal kan ik het wel aan, ook heb ik geen andere lichamelijke klachten. Gedachten schieten me te binnen. Mag ik me wel volledig inspannen? Mag ik mijn grens opzoeken? Hoe ver kan ik gaan? Even schiet me de gedachten binnen dat ik niet meer kan hardlopen. Nu niet althans. Kan ik dat later nog wel? En als ik het niet kan, wat kan ik wel en wat vind ik leuk om dan te doen? Bewegen heeft de afgelopen jaren ook een vorm van ontspanning gegeven. Dat wil ik liever niet loslaten. Nu ik dit schrijf moet ik hier wel om lachen. Vroeger op de middelbare school had ik een hekel aan sport en bewegen. Ik was dan ook een lange slungel, met slungelige bewegingen en vaardigheden. Ik miste altijd net de bal, voetballen vond ik vreselijk bijvoorbeeld (en nog steeds moet ik zeggen). En later heb ik een abonnement gehad op de sportschool. Maar dat betekende niet dat ik ook werkelijk ging.
Maar goed, vrijdag komen we weer samen. Dan staat ook een fietstest op het programma. Mijn maximale inspanning wordt dan getest. We zijn klaar voor vandaag en we evalueren nog kort even. Ik stel de vraag over hoe ver ik nu mag gaan. Ook in relatie tot het feit dat ik eerst niets mocht doen (tenminste dat voelde zo voor mij). Het advies is te gaan opbouwen. Om ook thuis te gaan kijken of je bij het wandelen het tempo of afstand kunt gaan verleggen. Maar luister vooral naar je lichaam. 
Dus lichaam zeg het maar! We zullen de komende weken eens kijken welke afspraken we samen kunnen maken en hoe ver we komen! Misschien dat ik ook maar een opbouwschema maak, dat hielp bij het opbouwen van het hardlopen wel heel goed. En ik kan ook nog steeds rondjes met de hond lopen. Hij is gelukkig weer opgeknapt! Met pijnstilling gaat het goed, hij loopt weer en eet weer goed. Heeft een hond ook negen levens? Onze wel hoop ik….

Verdriet

Het is ochtend. Met tranen in mijn ogen zit ik dit te schrijven. Ik heb verdriet. Onze trouwe viervoeter Nepos, mijn pup zoals ik hem nog steeds noem, gaat sinds gisteren plots hard achteruit. Hij wil niet meer lopen, drinkt veel en lijkt afwezig te zijn. Plots ben ik bang om hem kwijt te raken.
Nepos hebben we genomen in een periode waar het met mij ook niet goed ging. Ik had een burn-out. Dat is al meer dan 13 jaar geleden. Nu lijkt het alsof het gisteren was. Het klinkt voor sommige misschien raar in de oren, maar een huisdier wordt een met je gezin. Bij ons althans. Het wordt een onderdeel. Een maatje. Hoewel ik me er van bewust ben dat ik menselijke gevoelens op de gelaatsuitdrukkingen en gedrag van Nepos leg, is het toch moeilijk om hem alleen maar als huisdier te zien. Hij heeft mij rust gebracht in een moeilijke tijd en afleiding toen het nodig was. En later plezier. Tom en ik hebben heel wat afgelachen met hem. Alleen al hoe hij soms deed, soms reageerde. Zoals uren mee in de hangmat liggen (of soms zelfs alleen). Minuten naar een bij op een bloem kunnen staren. Of pootje lappen als hij wilde spelen met een bal en dan speels in je kuiten bijten. Zijn eerste zwempogingen, waarbij hij rechtop bleef en met zijn grote poten grote halen maakte dat werkelijk water om zich heen sloeg. En zo zijn er nog veel dingen te benoemen.
We zagen het natuurlijk aankomen. Hij is 13+. Hij is grijs, minder actief, mager geworden. Slaapt al meer. Maar ook de wandelrondes zijn korter geworden. Hij kon het niet meer aan. Een half uur wandelen is al veel.
De vakantie in Frankrijk, waar ik het hartinfarct kreeg, was bedoeld als zijn vakantie. We wisten dat hij er volgend jaar mogelijk niet meer zou zijn of niet meer mee zou kunnen. Hoewel we daar maar enkele dagen zijn geweest, heeft hij nog liggen rollen in het gras. Over zijn bal heen. Speels als een jonge herdershond, mijn pup.
Nu ligt hij stil op de grond. Ik hoor zijn snelle ademhaling. Hij kijkt me af en toe aan.
Doe dit er ook nog maar bij! Het leven zit soms raar in elkaar. Verdriet, liefde, vreugde, rouw, geluk, ontkenning, gelatenheid, boosheid, frustratie…... Al deze gevoelens passeren in het leven. Maar ik moet zeggen (eigenlijk wil ik het schreeuwen) dat ik het wel even beu ben. Even beu? Nee heel beu! Ik weet dat ik iemand ben die zijn gevoelens wil beheersen, dat ik daardoor het gevoel heb dat ik houvast heb op wat me overkomt. Maar op dit moment, waarbij ik even alleen ben en ik mijn kwetsbaarheid voel, snotter ik, bengelen de tranen over mijn wangen en schokt af en toe mijn lichaam. Misschien is dit moment wel nodig. Heb ik dit moment nodig. Tranen van verdriet. Tranen om alles wat me overkomt.
En dadelijk ben ik weer sterk, of stel ik me sterk op, en volgt de afspraak bij de dierenarts.

Intake Hartrevalidatie

De afgelopen dagen ben ik, samen met Tom, tweemaal naar het ziekenhuis geweest. De eerste afspraak betrof een intakegesprek voor hartrevalidatie. Gisteren hadden we een gesprek bij de hartfalen verpleegkundige.
Hartrevalidatie bestaat uit verschillende mogelijke modules die je als hartpatiënt kunt gaan volgen. Aangezien dat ik vanaf mei de rol van hartpatiënt op me heb genomen ga ik dus revalideren. Ik ga hoofdzakelijk twee dingen doen. Dat is beweging en conditie opbouwen onder toezicht van een fysiotherapeut en ik zal enkele gesprekken hebben bij een medisch psycholoog. Dit laatste om ook aandacht te hebben voor verwerking van wat me is overkomen en het opbouwen van een toekomstbeeld. De begeleiding van de fysiotherapie zal tweemaal per week zijn en start begin juli. De revalidatie zal tot midden september gaan duren. Ik had heel graag ook begeleiding gehad rondom werk en hartproblemen. Eerder begreep ik dat er hiervoor ook een module zou zijn. Helaas is dat niet zo. Werk is op mijn leeftijd een belangrijk deel in mijn leven. Dus ik ben erg benieuwd hoe ik dit vorm moet gaan geven. Maar wil eigenlijk ook meer weten over regelgeving, het opbouwen van werkzaamheden en de mogelijke valkuilen voor mezelf. Daarnaast wil ik weten hoe ik samen met mijn werkgever een plan kan maken voor een goede terugkeer. Dit moet ik op een andere manier gaan vormgeving. Een gesprek met de bedrijfsarts zal ik zeker nog wel hebben. In dit gesprek werd ook duidelijk dat ik niet te veel mag doen. Zelfs stofzuigen (en dat heb ik natuurlijk al gedaan) en tilwerk moet ik voorkomen. Dit om het hart zoveel mogelijk rust te geven. Met de therapeut kan ik dit dan later gaan opbouwen.
Het gesprek met de hartfalen verpleegkundige ging m.n. over hoe het met mij gaat, hoe ik me voel en of ik lichamelijke problemen heb. Mijn conditie is niet optimaal en ik ben nog veel moe (met daarbij het hele warme weer). Ook voel ik me soms bij het opstaan even onstabiel op de benen en heb vaak het gevoel dat ik niet voldoende adem binnen krijg en dat mijn oren dicht zitten. Het gevoel dat ik verkouden ben, zeg maar. De laatste klachten kunnen natuurlijk met de medicatie te maken hebben. Mijn hartritme en bloeddruk worden laag gehouden. Dit is dus wennen. De vermoeidheid? Drie keer raden. Ik heb een hartinfarct meegemaakt! Dus dat zal zijn tijd nodig hebben. In dit consult is ook de bloeddruk weer een keer gemeten en werd er een ECG (hartfilmpje) gemaakt. Beiden zijn niet anders dan tijdens de ziekenhuisopname. Ook de nierfunctie is verder goed en heb ik ook geen vocht achter de longen. Uit grote onderzoeken weet men dat een combinatie van diverse geneesmiddelen het beste is voor het herstel en om te voorkomen dat ik opnieuw een hartinfarct zal krijgen. Tijdens de ziekenhuisopname werd er al gestart met een ACE-remmer, maar hier kon ik niet tegen. Kreeg er hoestprikkels van. Later werd er nog een bloeddrukverlager bijgegeven. Maar hier werd de bloeddruk zo laag van dat ik daar onwel van werd. Nu voel ik me stabiel genoeg om een extra middel te proberen. De verpleegkundige zal dit overleggen en later terugbellen. Als zij me in de middag terugbelt is het voorstel te starten met een nieuw middel. Dit voor de nacht, zodat ik zo min mogelijk last heb van een mogelijk bloeddrukdaling. De plastablet, die heb ik dus ook eentje, wordt gehalveerd. 
Nu is het vrijdagochtend. De medicijnen zitten er weer in en ook de hond is uitgelaten. Ik heb niet veel last van de nieuwe medicatie. De bloeddruk is nu relatief laag, maar stabiel. Ik heb voor thuis ook maar een meter aangeschaft. Ook het dagelijks gewicht blijft steeds stabiel. Ik zit tussen de 82 en 83 kilogram. Ik hoop dat het nu wat minder warm is ik wat meer fut krijg. Maar het advies is nog wel dat ik de komende weken niet te veel mag doen. Er begint zich al een kuiltje in de bank te vormen.

Thuis

In het begin voelt het veilig om in het ziekenhuis te zijn. Maar als je er langer in ligt dan verlang je er naar om naar huis te gaan. Het ritme van het ziekenhuis bepaalt je leven. Om 7.45u wordt je wakker gemaakt voor de eerste controles en daarna volgen de medicijnen en het ontbijt. Daarna zoek je de badkamer op en voor je het weet lig je weer wat te rusten of loop je een klein stukje over de gang. Verder mag niet, want je zit aan de ‘tele’, wat staat dat je aan de bewaking zit en je dus continue in het oog wordt gehouden. Zo herhaalt zich ook het middag- en avondritueel, waarbij je ook blij bent bezoek te krijgen. Al is het maar om een ander praatje of een vriendelijk gezicht.
Afgelopen maandag kreeg ik al het bericht dat ik naar huis mocht. Ik was verrast, maar had daar ook wel oren naar. Meteen heb ik mijn koffer al ingepakt en het thuisfront ingelicht. Het thuisfront (lees: Tom) was ook verrast. Volgens mij stond het huis nog op z’n kop en moest hij de zeilen bijzetten om alles op orde te hebben (Zo heeft hij met mijn moeder en zijn moeder de tuin gedaan. Zodat ik lekker kon genieten van het mooie weer). Helaas bleek op het einde van de dag dat ik toch niet naar huis kon. Het ritmeteam, het team dat moet beslissen of ik met of zonder lifevest (dit is een externe defibrillator die een schok geeft als je hartritme wordt bedreigt) naar huis zou gaan, was deze maandag niet voltallig. Morgen zou het team de beslissing nemen. Teleurgesteld heb ik een schone onderbroek en mijn toilettas weer uitgepakt. En ook mijn laptop, want Netflix is onontbeerlijk als je verblijft in het ziekenhuis (hoe deden mensen dat voor het Netflixtijdperk?).
Dinsdag hebben we met smacht lopen wachten. Hoewel er werd gezegd dat we het zouden weten aan het begin van de middag werd het op het einde van de middag. Deze middag heeft voor mij gevoeld als het wachten op je vliegtuig dat vertraging heeft. Je bent in gedachten al onderweg, maar op reis ben je eigenlijk ook nog niet. Je zit in een soort limbo, staat even stil. Maar uiteindelijk komt het hoge woord: ik mag naar huis! Spullen mee, traktatie afgegeven en we zijn onderweg!
Ik ben nu enkele dagen thuis. Het is fijn om thuis te zijn. Mijn eigen omgeving, mijn eigen spullen, de hond om mij heen. Maar het valt me ook zwaar. Ik ben op zoek naar een nieuwe regelmaat en dat valt me niet mee. Ik kan fysiek gewoon minder. Ik ben snel moe. Ik wil van alles en zie van alles. Maar kan weinig. Als ik eens de griep heb dan trek me altijd wat terug. Ik heb dan weinig behoefte aan gesprekken of aandacht. Ook nu overvalt deze behoefte mij plotseling. Mijn Tom is juist iemand die wil zorgen en steeds wil weten hoe het met me gaat. Hij heeft ook zijn behoeften, behoeften aan een gesprek en aandacht. Vervelend dat ik nu niet in staat ben dit te geven. Ik ben me er ook van bewust, ik voel me ook schuldig hierover, maar kan het even niet. Hoewel ik mijn gemoed niet als somber wil omschrijven, ben ik me wel bewust dat ik er op moet letten dat ik dit niet wordt. Als ritme houd ik aan dat ik rond 22 uur ga slapen. Ik lees ook weer voor het slapen (dit laatste lukte in het ziekenhuis niet omdat ik de aandacht niet zo kon houden bij het verhaal). Sta rond 8 uur in de ochtend op en loop dan een stuk met de hond. Ook dit was in het begin even een stap, mentaal was het spannend maar ook fysiek kan ik niet zo ver. Gelukkig is het beestje de jongste niet meer en lopen we bijna op het zelfde slentertempo. Daarna ontbijt ik en heb ik ook hier mijn medicatieronde.
Als ik mijn eigen ervaring vertaal dan is het naar huis gaan een mijlpaal. Als verpleegkundigen zeggen we het vaak: ‘Wat fijn dat u naar huis mag!’. En dat is ook zeker zo. Maar naar huis gaan na een opname is ook een opgave op zich. Er ontstaan nieuwe uitdagingen, nieuwe zorgen en onzekerheden bij jezelf en de omgeving. En dit lijkt zich te vertalen door vast te houden aan oude gewoontes en rituelen thuis, maar deze zijn soms niet altijd meer afdoende.
Maar ik ben zeker blij om weer thuis te zijn!

Vriendschap

Ondertussen lig ik al meer dan 14 dagen in het ziekenhuis. In deze periode heb ik veel kaarten, berichtjes, cadeautjes, bezoekjes gehad. Het doet me plotseling realiseren hoeveel mensen ik ken en hoeveel mensen er betrokken zijn bij wat ons nu overkomt. Van buren tot familie, van vrienden tot kennissen tot collega’s. Ik voel me overspoeld met positieve gedachten. Voorheen zijn al deze contacten eigenlijk vanzelfsprekend, maar in een tijd van vrees en nood voelt het als iets echt bijzonder. Dank je wel allemaal!
Zo ook de dag dat ik de stents in mijn hart kreeg. Hoeveel kaarsjes er niet zijn aangestoken. Hoewel mijn hart niet helemaal optimaal meer werkt, die warmte voel ik daar nog steeds.
En dan ook mijn maatje, vriend en man. Mijn Tom. Iedere dag twee of driemaal naar het ziekenhuis komen. Het voelt als een opgave. De dag altijd gebroken. Een inbreuk op je normale ritme. Er voor mij willen zijn, maar eigenlijk ook een gevoel van machteloosheid op sommige momenten. En dan alle steun die ook jij krijgt. Even je verhaal doen, je angsten en zorgen bespreken (vooral als het gaat over het naar huis komen) of misschien even over iets anders praten. Fijn al die mensen om ons heen.
Over naar huis gaan gesproken. Ik hoop vandaag (of morgen) wat meer te weten. Ik wil graag naar huis. Het is wel klaar hier in het ziekenhuis. En als ik eenmaal thuis ben hoop ik veel mensen daar ook weer te zien. En hoop ik nog steeds op lieve en opbeurende berichtjes. Want ik moet bekennen dat ik die nodig zal hebben in de tijd die gaat komen. Het vinden van een nieuw evenwicht, het vertrouwen weer krijgen in mijn lichaam en samen verder gaan. Dit zal, ondanks dat ik me goed voel en positief gestemd ben, toch met enkele hobbels gaan.

Pijn

Pijn, we kennen allemaal wel deze sensatie. Vaak kort van duur als je bijvoorbeeld te dicht bij iets heets komt. Of als je je, zoals mijn Tom heel vaak overkomt, in je vingers snijdt. Of tandpijn die zeurend aanwezig is en toch echt het signaal is dat een bezoek aan de tandarts de enigste uitweg is. Een onprettig prikkel die vanaf buiten wordt veroorzaakt of in je lichaam optreedt omdat daar iets aan de hand is. Jaren terug had ik vaak buikpijn die mij overviel. Soms lag ik kronkelend op de grond van deze pijn. Later bleek dit te berusten op een blinde darmontsteking. Sinds dat deze eruit is heb ik deze klachten niet meer gehad. Tot grote opluchting kan ik zeggen.
Helaas heb ik sinds enkele dagen wat last van mijn rechter voet. Ik kon het niet goed plaatsen, totdat ik twee nachten geleden hele erge pijn kreeg. Stekende steeds weer terugkomende pijn. In rust, bij aanraking en bij het lopen. Deze pijn is steeds erger geworden. Zo erg zelfs dat ik ook afgelopen nacht me geen houding wist te geven. Wat een energievreter is dat zeg….. En mijn energie is toch al niet optimaal met alles wat ik meemaak. 
De pijn blijkt te berusten op jicht. Nooit gehad, voordat iedereen denkt dat ik hier een glas alcohol nuttig. Het komt van de medicatie, zowel plastablet als een van de bloedverdunners kunnen dit veroorzaken. 
Gisteren heb ik het al tijdig aangegeven aan een van de stagiaires, leerlingen of verpleegkundigen (soms weet ik niet goed wie wie is en wie wat mag). Er wordt namelijk iedere dag naar een pijnscore gevraagd. Ik moet bekennen dat ik enige frustratie kreeg bij het antwoord op dat moment: ‘We zullen het eens bekijken..’. Ik heb toen toch maar aangegeven dat we denk ik meer gaan doen dan het even te bekijken. Ik wil iets voor die helse pijn die steeds erger wordt! En ik benoem ook nog maar dat degene die de visite doet mij vertegenwoordigd daar aan tafel, dus ik verwacht dat mijn klachten daar duidelijk worden besproken.
Ondertussen is het een halve dag verder als een van mijn medebehandelaars langskomt. Uiteindelijk stelt zij voor om met Colchicine te starten. Ik geeft aan dat ze het meteen mogen brengen, want de mijn pijnscore gaat ondertussen door naar de 7-8. Normaal ben ik niet zo kleinzerig, maar ik gaf al aan dat pijn echt veel energie kost. En ook de stentplaatsing deze ochtend al veel energie heeft gekost.
Om 17 uur worden de medicijnen gedeeld. Give me de Colchicine please! We gaan wat aan de pijn doen! Ik krijg een tabletje van 0.5 mg in mijn handen gedrukt. Enigszins teleurgesteld en verbaasd kijk ik ‘mijn’ verpleegkundige in opleiding aan. Ik start niet met 1 mg? Niet? Vooruit dan maar. Gezien het lopen deze middag en avond steeds moeizamer gaat door de pijn strompel ik huffend en puffend van het bed naar het toilet. Op de rechter voet kan ik bijna niet meer staan. Ik hoop zo dat het middel zijn werk gaat doen en ga er vanuit dat ik bij de volgende ronde om 22 uur weer een gift krijg. Ondertussen weet ik ook niet meer hoe ik mijn voet moet neerleggen. Ik vraag Tom maar iets van Voltaren crème mee te nemen als hij op bezoek komt. Dit lijkt na gebruik nog iets aan verlichting te geven. Met smacht wacht ik tot later in de avond, maar dan blijkt dat de medicatie die is voorgeschreven maar tweemaal per dag wordt gegeven. De volgende ochtend pas weer. Ik geeft met een verkrampt gezicht aan dat ik zo de nacht niet denk vol te houden. Na dat ‘we het samen weer even bekijken…’ wordt toch de dienstdoende arts gebeld. Vol trots wordt verteld dat ik een paracetamol mag. Ik denk dat mijn gezichtsuitdrukking boekdelen sprak. Extra colchocine mag niet, omdat het een interactie heeft met de cholesterolverlager die ik gebruik. Dat had ik zelf even niet gezien. Ik geeft aan dat ze die paracetamol maar moet geven en dat ik wel zie hoe ik de nacht door kom. Mijn kamergenoot, een kloosterzuster, heeft met me te doen. Ze belt zelfs haar broer op> deze heeft vaak jicht en heeft misschien nog wat tips.
In het schemer lig ik op bed. Vanuit de gang stroomt wat licht binnen. De verpleging is druk met een ander bezig. Het is wat rumoerig in de kamer tegen over mij. Ik kan de helse scherpe pijn in mijn voet niet goed hanteren. Ik ben op…. Ik kan niet meer. Tranen lopen over mijn wangen. Ik ben moe, maar kan niet slapen. Wat een ongemak. Het is lang geleden dat ik me zo voelde. Ik denk weer terug aan die momenten dat ik veel last van mijn buik had. Ik probeer ontspanning te zoeken. Op mijn ademhaling te letten. Het bed schokt af en toe om door mijn onwillekeurige bewegingen. Ik app nog maar wat met Tom. Ik lees (weer) de nieuwsberichten op de NOS-app. En doezel voor een halfuurtje weer in. Dan lukt het me echt niet meer! De nachtdienst ziet dat ik veel pijn heb. Ze besluit de dienstdoende nogmaals te bellen. Ik mag Naproxen proberen. Om 2 uur in de nacht voel ik dat de top van de pijn er af gaat. Het wordt meer hanteerbaar. Ik val in slaap. Eindelijk……